De basisvisie op voorkeuren
De vier letters van MBTI staan voor vier voorkeurenparen. In plaats van voorkeuren als beter of juister te beoordelen, kun je ze zien als verschillen in wat mensen prettig vinden bij het opnemen en uiten van informatie en het indelen van hun dagelijks leven.
Afhankelijk van de situatie kan iemand ook de tegenovergestelde voorkeur gebruiken. De beschrijvingen hieronder leggen een persoon niet volledig vast, maar bieden een startpunt om naar elkaars ervaringen te vragen.
Voorkeuren voor energie en informatie
E en I: energie opdoen en gedachten delen
Wie de voorkeur geeft aan extraversie (E), kan gedachten ordenen door met anderen te praten of samen iets te doen. Wie de voorkeur geeft aan introversie (I), denkt misschien liever eerst alleen na en deelt daarna een mening. Je kunt bespreken hoe je de tijd samen en de tijd alleen om op te laden in balans brengt.
S en N: waar de aandacht naartoe gaat bij informatie
Wie de voorkeur geeft aan sensing (S), kijkt misschien eerst naar concrete feiten of informatie die nu te controleren is. Wie de voorkeur geeft aan intuïtie (N), richt zich mogelijk op verbanden tussen betekenissen of toekomstige mogelijkheden. Bij het maken van plannen kan het helpen om samen zowel de praktische voorwaarden als de mogelijke opties stap voor stap te bekijken.
Voorkeuren bij beslissingen en levensstijl
T en F: afwegingen bij beslissingen
Wie de voorkeur geeft aan denken (T), hecht mogelijk waarde aan de logica en samenhang van een beslissing. Wie de voorkeur geeft aan voelen (F), kijkt misschien ook naar de gevolgen van een beslissing voor mensen en relaties. Bij verschil van mening kun je beide afwegingen benoemen en meenemen in de beslissing.
J en P: plannen maken en omgaan met opties
Wie de voorkeur geeft aan judging (J), voelt zich mogelijk prettiger als plannen en afspraken vastliggen. Wie de voorkeur geeft aan perceiving (P), vindt het misschien fijner om te zien hoe de situatie zich ontwikkelt en opties open te houden. Door onderscheid te maken tussen wat je vooraf moet beslissen en wat je ter plekke kunt kiezen, houd je rekening met ieders behoeften.
De voorkeuren toepassen in relatiegesprekken
Als je de vier voorkeurenparen kent, probeer dan niet op basis van iemands type diens reactie te voorspellen, maar vraag wat diegene prettig vindt. Concrete vragen als “Wat vind je fijner?” en “Wil je in deze situatie iets van tevoren vastleggen?” helpen om te begrijpen hoe voorkeuren in het dagelijks leven tot uiting komen.
De voorkeur van één persoon bepaalt niet welke rol diegene in de relatie heeft. Verschillen jullie antwoorden, maak dan niet van één aanpak de enige juiste, maar zoek samen naar manieren die in verschillende situaties kunnen werken.